vrijdag 30 juni 2017
maandag 10 april 2017
(13) Voorstudies
Ciril Bavčar heeft een groot deel van zijn werk als voorstudie getekend in een logboek, al dan niet voorzien van commentaar. Zwartwit tekeningen worden daarbij afgewisseld met schetsen in kleur. Ook zij vormen een neerslag van zijn leven en worden HIER gepresenteerd in chronologische volgorde. We zien passie en pijn de revue passeren, het alledaagse naast het hemelse, de duivel naast de liefde, de natuur in al zijn eenvoud en schoonheid. En dit alles met als onmiskenbaar middelpunt: Ciril Bavčar en niet te vergeten zijn moeder als muze: Marija Bavčar.
De pagina van de voorstudies is nog niet helemaal af, maar er zijn al veel schetsen te bekijken op:
https://ciril-emil-bavcar.blogspot.nl/p/voorstudies_27.html
De pagina van de voorstudies is nog niet helemaal af, maar er zijn al veel schetsen te bekijken op:
https://ciril-emil-bavcar.blogspot.nl/p/voorstudies_27.html
De fragmenten uit het levensboek DICHT BIJ MIJN ZIEL van Ciril Emil Bavčar verschijnen in voorpublicatie kriskras door de tijd en zijn terug te lezen op:
| 2002 |
| 1991 |
![]() | |
| 2004 |
| 2003 |
vrijdag 10 februari 2017
(12) Toch naar huis
We schrijven 1954 als Ciril negen jaar oud is. In de herfst van dat jaar verbleef hij nog steeds in het tehuis toen op een dag een jonge elegante vrouw zich meldde bij de poort van het tehuis. Het bleek dat deze elegante dame voor hem kwam, ze kwam een kijkje nemen hoe het met hem ging en hoe hij was gegroeid. Hij werd erbij gehaald en bekeek de vrouw aandachtig om na te gaan of zij niet zijn moeder was, maar hij kon zich haar niet goed meer herinneren. De vrouw gaf hem een hand en vroeg: "Ken je mij nog?" Ciril was er nog steeds niet zeker van en antwoordde: "Weet ik niet." Zij: "Ik ben je moeder." Hij reageerde afstandelijk: "Jij bent mijn moeder niet, ik ken haar van toen ik zes jaar was en toen beloofde ze mij te komen halen, maar dat is nooit gebeurd. Dat was dus één grote leugen."
Zijn schooljuffrouw, toevallig aanwezig in het kindertehuis, kwam tussenbeide. Zij vertelde zijn moeder, dat hij haar beste leerling was, een lieve en begaafde jongen. Zij wenste hen een goede toekomst. Zijn moeder was blij en vooral trots toen zij dit hoorde. Ondertussen vroeg Ciril zich af wat er bedoeld werd met "een goede toekomst". Opeens gaf de juffrouw hem een hand om afscheid te nemen. Ciril was erg verbaasd, hij snapte er niet van en vroeg aan de (voor hem nog steeds vreemde) dame wat er aan de hand was. "Ik ben gekomen om je op te halen om je mee naar huis te nemen." Gek genoeg was Ciril helemaal niet blij: "Vanaf mijn zesde wacht ik al dag en nacht of je zou komen, maar je kwam maar niet. Zelf niet één bezoekje, helemaal niets! En je had het beloofd. Afspraak is afspraak!" Het was duidelijk dat hij enorm teleurgesteld was in zijn moeder.
Zijn moeder zei: "Straks komt de boot en gaan we een mooie reis maken, je zult merken hoe leuk varen is. En als we thuiskomen, zit je vader op je te wachten. Hij verlangt ernaar om je te zien." Toen de boot zich losmaakte van de kademuur, keek hij goed om zich heen en bekeek vooral de bootjes in de haven. Dit beeld gaf hem een gevoel van harmonie. Hij vroeg: "Is het nog ver voordat we thuis zijn?" Zijn moeder antwoordde: " Het zal niet lang meer duren, het is maar een uurtje varen." Na een tijd varen arriveerden ze bij het stadje Rovinj aan de Kroatische kust. Het was een mooi stadje. Met de bus gingen ze op weg naar huis. Ciril was blij toen ze er eindelijk waren, nog onwetend over wat hem boven het hoofd hing.
maandag 30 januari 2017
(11) Kindertehuis
Toen Ciril Bavčar heel klein was, voerde zijn moeder haar voornemen uit om in Italië in Rome te gaan wonen en werken. Ze bracht Ciril naar een tehuis aan de Rivièra van Kroatië waar hij jaren zou moeten verblijven. Hij was al vijf jaar toen er een ouder jongetje aan hem vroeg: "Denk jij dat wij ook een moeder hebben?" Ciril schrok van deze vraag en antwoordde: "Hoe moet ik dat weten?" Zijn gevoel echter gaf hem vervolgens in: "Ik voel dat mijn moeder nog leeft en dat zij mij op een dag komt ophalen." Het vriendje reageerde met: "Ik weet niet of ik nog een moeder heb, er zijn hier zoveel kinderen zonder moeder." Ciril zei hierop: "Laat je gevoel spreken en voel dat onze moeders ons op een dag komen ophalen. Zijn vriendje was blij om dat te horen en hoopte dat Ciril gelijk zou krijgen. Door deze discussie bleef Ciril maar aan zijn moeder denken en dat zij hem zou komen ophalen. Hij wilde naar huis weg uit dit kindertehuis.
Een jaar later kwam er onverwacht een mooie vrouw op bezoek, die een klein kind bij zich had. Ciril was op dat moment aan het spelen, hij zag haar wel, maar wist niet dat zij zijn moeder was. Zij liep op hem af en vroeg of hij nog wist wie zij was. Hij bekeek haar en het kind aandachtig en zei: "Ik weet niet wie u bent, ik heb u nog nooit gezien." Zij vertelde hem dat zij gekomen was om hem de situatie uit te leggen en om hem te zien: "want ik ben jouw moeder en dit is je kleine zusje." Ciril reageerde eerst afstandelijk terwijl hij haar gezicht opnieuw goed bekeek: "Dus u bent mijn moeder?" Toch was hij verheugd om te horen dat hij een moeder had en hij zei: "Kom je mij halen, ik wil met jou naar huis, want hier voel ik mij zo alleen." Maria wist niet goed hoe zij hem moest uitleggen dat hij nog een poosje in het tehuis moest blijven wonen. Wat zij beiden niet wisten, was dat dat poosje nog jaren zou duren …..
Het beeldje dat Ciril Bavčar van zijn moeder Maria Bavčar maakte.
donderdag 12 januari 2017
(10) Expositie
Afgelopen november 2016 was er een expositie van het werk van Ciril Bavcar in 's Landshuis Hulst op initiatief van Kunst en Cultuur Hulst. Van de ruim twintigtal exposities sinds 1989 is dit de eerste keer waarbij ook beeldhouwwerk van Ciril is tentoongesteld. Helaas zat het een beetje tegen, want in verband met de Sinterklaasviering moest de tentoonstelling een week eerder stoppen dan gepland. En ook met het maken van de foto's zat het niet mee, het fototoestel liet het afweten. We moeten het daarom doen met de beperkte impressie hieronder.
zondag 30 oktober 2016
(9) Rembrandt
Ciril Emil Bavčar exposeert van 27 oktober 2016 tot en met zondag 6 november 2016 in 's Landshuis, Steenstraat 37 te Hulst.
Tal van gebeurtenissen zijn, bewust of onbewust, van invloed op de werken van een kunstenaar. Dat geldt ook voor Ciril Bavčar. Hij is een schilder-beeldhouwer die een bewogen leven achter de rug heeft, daarover vertelt hij in zijn nog te verschijnen boek Dicht bij mijn ziel. Een terugkerend element in zijn leven vormen dromen of visioenen, het verschil daartussen is niet altijd even duidelijk. Hieronder volgt zo'n belevenis over Rembrandt.
Op een goede nacht droomde Ciril, totaal onverwacht, over de schilder Rembrandt. Deze was aan het werk met een groep leerlingen waarvan Ciril ook deel uitmaakte. Rembrandt gaf hun de opdracht om op dezelfde manier te schilderen zoals hij altijd schilderde. De opdracht was om een portret te schilderen naar een vrouwelijk model. Alle leerlingen gingen met optimale concentratie aan de slag en op een gegeven moment was het zelfs zo stil in het atelier dat je een speld kon horen vallen. Rembrandt liep ondertussen heen en weer en keek of zijn leerlingen het wel goed deden. Ook Ciril concentreerde zich optimaal op het model en het leek goed te gaan, maar op een gegeven moment maakte hij een fout en hij wist niet hoe hij deze kon herstellen. Met pijn in zijn hart en vol woede verliet hij daarop het atelier, rende door de gang naar buiten en maakte zich zo snel mogelijk uit de voeten. Rembrandt liep hem echter achterna en schreeuwde tegen hem dat hij onmiddellijk terug moest komen, anders zou hij hem wat aandoen. Dat hielp niet veel, want Ciril bleef doorrennen altijd nog met pijn in zijn hart. Daarna werd hij wakker.
Een nacht later beleefde Ciril een vervolg op zijn vorige droom. Hij was toch weer teruggekeerd naar het atelier om het portret af te maken. Rembrandt liep opnieuw rond en keek met belangstelling naar het werk van zijn leerlingen. Toen hij bij Ciril was aangekomen, zakte hij plotseling in elkaar en bleef op de grond liggen: hartaanval. Ciril knielde bij hem neer en klemde Rembrandt stevig in zijn armen. Terwijl hij hem zo vasthield, keek Rembrandt hem aan en zei: "Ciril, ik zou graag willen dat jij al mijn onvoltooide werken afmaakt." Vervolgens sloot hij zijn ogen, blies zijn laatste adem uit en stierf in Cirils armen. Deze bleef achter in opperste verbazing en verwarring, maar vooral vol verdriet. Hij wist niet wat hij moest beginnen, verliet het atelier en ontwaakte.
In de derde nacht droomde hij verder. Ciril had waanzinnig veel verdriet om het verlies van zijn grote meester en zonder enige aarzeling ging hij aan de slag om aan Rembrandts verzoek te voldoen. Er zat van alles tussen: grote doeken met paarden en vooral veel verschillende portretten, kortom alles wat Rembrandt zelf niet meer had kunnen afmaken. Hoelang hij eraan werkte, bleef onduidelijk, maar op een goede dag hield hij met al de door hem afgemaakte werken een expositie in een onbekend museum. Er was een grote, lange zaal, waarin de schilderijen aan de muren hingen. Ze werden bewonderd door een kritisch publiek. Ciril bewoog zich tussen de mensen en hoorde hun commentaren. De bezoekers wisten niet dat een van zijn leerlingen, hij namelijk, de opdracht had gekregen om Rembrandts werken te voltooien. Opnieuw voelde hij een enorme pijn om het verlies van de meester en hij verliet het museum. En net zoals bij de voorgaande pijnlijke momenten, werd hij wakker.
De dromencyclus achtervolgde hem ook overdag, want de volgende ochtend stond hij op, radeloos van verdriet. Hij was niet in staat om goed na te denken, bewoog zich rusteloos heen en weer en voelde zich een verloren wezen. Hij had een enorme behoefte om met iemand over deze belevenis van gedachte te wisselen. Misschien moest hij naar een psycholoog gaan en hem om raad vragen over wat hij moest doen. In deze toestand ging hij die morgen naar de academie om zijn schilderslessen te vervolgen. Een van de andere cursisten had direct in de gaten dat er iets mis was met hem en vroeg naar wat er aan de hand was, hij keek namelijk zo bedroefd. Ciril reageerde totaal niet en deed er het zwijgen toe. Hij besloot het aan zijn leermeester te gaan vertellen en hem om raad te vragen. Hij wilde weten wat hij moest aanvangen met zijn dromen over Rembrandt en hoe het nu verder moest met zijn schilderen. "Wat een prachtige dromen," was de reactie van zijn leermeester, "heb je goed kunnen zien met welke technieken Rembrandt schilderde?" Ciril bleef zich verloren voelen.
Door dit voorval voelde Ciril zich nog steeds verloren. Nu wist hij het helemaal niet meer en vooral niet hoe hij verder moest. Hij had ook geen zin meer om verder te werken aan zijn portret, verliet het atelier en ging rondkijken in de andere ateliers hoe ze daar aan het schilderen waren. Hij liep rond met een fotografisch geheugen, sloeg dus op wat hij zag om later ook op die manier te gaan schilderen. Want de boodschap van de mentoren was duidelijk geweest. Het was hem niet toegestaan om zijn dromen te volgen.
woensdag 26 oktober 2016
((8) De vrouw als demon
Op zijn 23ste woonde en werkte Ciril als vluchteling in Zweden. Hij huurde een kamer bij een oudere vrouw van 55 jaar. Zij leefde van een kleine ijssalon en van de huur van zijn kamer. Ciril was in de regel hele dagen weg om hard te werken voor zijn centen. Lange tijd ging dit goed, maar op een dag kwam hij laat thuis, trok zijn schoenen uit om de vrouw niet wakker te maken en sloop stilletjes naar zijn kamer. Ineens floepte het licht aan en riep de vrouw hem bij zich: "Ciril, kom even hier, ik moet wat met je bespreken. Je bent overdag nooit thuis en je komt diep in de nacht pas naar huis. Waar hang je al die tijd uit? Ciril staarde naar de vrouw die half naakt in haar bed lag en hij voelde zich beschaamd. Wat haalde die vrouw in haar hoofd tegenover zo'n jonge jongen als hij? Hij snapte haar bedoelingen, maar ging er niet in mee. Hij schaamde zich voor die vrouw. Hoe was het mogelijk dat zij zich niet schaamde? Vanwege zijn houding werd zij boos en zei: "In mijn huis is het een vaste regel, dat iemand die hier woont, om 12 uur 's nachts thuis is. Iedereen dient zich eraan te houden." Ciril was beduusd, eerst wilde ze hem gebruiken, wat niet lukte en nu probeerde ze hem een hak te zetten met deze huisregel.
Drie maanden later - hij woonde nog steeds op zijn oude adres - kreeg hij onverwacht een oproep om voor een ondervraging op het politiebureau te verschijnen. Hij piekerde zich suf waarvoor dat zou kunnen zijn, dus ging hij ernaar toe met trillende knieën. Op het bureau werd hij onmiddellijk opgesloten in een cel en kreeg niet uitgelegd wat er aan de hand was. Dat werd pas duidelijk nadat hem een advocaat was toegewezen. Deze legde uit dat hij vast zat voor het stelen van eten en geld. Uiteraard vroeg Ciril: "Van wie heb ik dat geld en het eten gestolen?" "Van de vrouw bij wie je in huis woont." Ciril reageerde: "Dat is absurd, dat zijn leugens, dat is volstrekt bezijden de waarheid. Ik heb niets gedaan, ik ben onschuldig. Ik garandeer je dat dit de waarheid is." De ontkenning mocht niet baten: hij moest voor de rechtbank verschijnen en werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf en daarna zou hij Zweden uitgezet worden. Ciril snapte er niets meer van en was zeer terneergeslagen door deze gebeurtenis, vooral omdat hij niets gedaan had. Hij voelde zich machteloos en leed eronder dat deze vrouw dit bij hem had veroorzaakt.
Drie maanden later - hij woonde nog steeds op zijn oude adres - kreeg hij onverwacht een oproep om voor een ondervraging op het politiebureau te verschijnen. Hij piekerde zich suf waarvoor dat zou kunnen zijn, dus ging hij ernaar toe met trillende knieën. Op het bureau werd hij onmiddellijk opgesloten in een cel en kreeg niet uitgelegd wat er aan de hand was. Dat werd pas duidelijk nadat hem een advocaat was toegewezen. Deze legde uit dat hij vast zat voor het stelen van eten en geld. Uiteraard vroeg Ciril: "Van wie heb ik dat geld en het eten gestolen?" "Van de vrouw bij wie je in huis woont." Ciril reageerde: "Dat is absurd, dat zijn leugens, dat is volstrekt bezijden de waarheid. Ik heb niets gedaan, ik ben onschuldig. Ik garandeer je dat dit de waarheid is." De ontkenning mocht niet baten: hij moest voor de rechtbank verschijnen en werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf en daarna zou hij Zweden uitgezet worden. Ciril snapte er niets meer van en was zeer terneergeslagen door deze gebeurtenis, vooral omdat hij niets gedaan had. Hij voelde zich machteloos en leed eronder dat deze vrouw dit bij hem had veroorzaakt.
TENTOONSTELLING
Ciril Emil Bavčar exposeert van 27 oktober 2016 tot maandag 14 november 2016 in 's Landshuis, Steenstraat 37 te Hulst.
Abonneren op:
Posts (Atom)





